Kengetallen personeelsbestand
Personeel | Rekening 2024 | Begroting 2025 incl.wijz | Rekening 2025 |
|---|---|---|---|
Formatie en bezetting (in fte’s), excl. Hosting SOW | |||
Toegestane formatieplaatsen (in fte’s) | 288 | 298 | 302 |
Bezetting (in fte’s) | 257 | 242 | 275 |
Aantal stagiaires/ trainees | 19 | 22 | 19 |
Aantal werkervaringsplaatsen | 0 | 0 | 0 |
Instroom en uitstroom | |||
% instroom op basis van aantal personeelsleden in de formatie | 21% | 16% | |
% uitstroom op basis van aantal personeelsleden in de formatie | 14% | 13% | |
Gegevens ziekteverzuim | |||
% ziekteverzuim (excl. zwangerschapsverlof) | 5,30 | 6,00 | 6,00 |
% kortdurend ziekteverzuim (1- 7 dagen) | 0,98 | 1,52 | |
% middellang verzuim (7- 42 dagen) | 1,29 | 0,56 | |
% langdurend ziekteverzuim ( > 42 dagen) | 2,79 | 3,83 | |
% extra langdurend ziekteverzuim ( > 1 jaar) | 0,24 | 0,37 | |
Meldingsfrequentie | 0,99 | 1,35 | |
Gemiddelde verzuimduur (in dagen) | 15,43 | 29,00 | |
Leeftijd en dienstjaren | |||
Gemiddelde leeftijd (jaren) | 48 | 47 | |
Gemiddeld aantal dienstjaren | 13 | 12 | |
Diversiteit | |||
% jongeren (< 35 jaar) | 18% | 21% | |
% werknemers Wet Banenafspraak (quotum: 3,6%) | 4% | 5% | |
% mannen | 53% | 50% | |
% vrouwen | 47% | 50% | |
Toelichting
In 2025 kunnen wij positieve ontwikkelingen rapporteren met betrekking tot ons personeelsbestand. Het lukt steeds beter om vacatures sneller en structureler in te vullen, waarbij relatief meer jongere collega’s instromen. Daarmee wordt de eerder ingezette trend voortgezet. Dit is ook zichtbaar in de lasten voor extern personeel, die ten opzichte van 2024 zijn gedaald, en in het overschot op de lasten voor eigen personeel. In de tabel hierna wordt dit nader toegelicht.
De formatie is in 2025 licht gestegen. Dit betreft voornamelijk projectaanstellingen die worden gefinancierd uit kredieten en/of exploitatiemiddelen, of een andere invulling van taken. Per saldo neemt het aantal FTE dan toe, terwijl dit financieel geen effect heeft. De overname van extern personeel naar een vaste aanstelling heeft hierin nauwelijks een rol gespeeld, aangezien het voornamelijk bestaande formatieplaatsen betrof.
Het verzuim is in 2025 gestegen ten opzichte van 2024. Dit hangt met name samen met een toename van zowel het aantal (korte) verzuimmeldingen als het langdurig verzuim. Het is gebruikelijk dat verzuimpercentages per jaar fluctueren. Tegelijkertijd is in 2025 gestart met het versterken van de inzet op duurzame inzetbaarheid. Deze lijn wordt in 2026 voortgezet, met nadruk op preventie en het voeren van goede gesprekken om duurzame inzetbaarheid te bevorderen en werkgerelateerde knelpunten tijdig aan te pakken.
Personele lasten
(bedragen x € 1.000) | ||||
Begroting incl wijzigingen | Rekening | Verschil | ||
2025 | 2025 | |||
Lasten eigen personeel 2025 | 24.832 | 22.601 | -2.231 | V |
Personeel van derden | 4.629 | 6.278 | 1.649 | N |
Cursus-/ opleiding-/ en WKR- budget | 638 | 697 | 59 | N |
Overige personeelslasten | 570 | 358 | -212 | V |
Totaal | 30.669 | 29.934 | 735- | V |
Toelichting
Per saldo is er een voordeel te zien van €735.000 op de totale personeelslasten. Dit betreft 2,4% van de personeelsbegroting. Ten opzichte van 2024 valt vooral op dat de lasten voor ingeleend personeel gedaald zijn met ruim 1 miljoen euro. Daar tegenover staat een stijging van de lasten voor eigen personeel. Dit zien we ook terug in de totale bezetting waarbij we een groot deel van de vacatures voor vast hebben kunnen invullen met nieuwe collega's.
De vacatures die we nog hadden, of het tijdelijk vervangen van (langdurig) afwezige collega's, hebben we opgelost met extern personeel Hiervoor is vacatureruimte of schaalruimte ingezet. Dit is op begrotingsbasis niet altijd één op één verwerkt, waardoor er een overschrijding te zien is op de categorie 'personeel van derden'. Dit is dus opgevangen door de ruimte in de begroting op eigen personeel. Per saldo is dit nog een voordeel van €523.000, inclusief cursus- en opleiding budget.
Ten slotte is er een opvallend voordeel op 'overige personeelslasten'. Dit wordt vooral verklaard door extra inkomsten rondom personeel zoals WAZO (zwangerschaps- en bevallings)-uitkeringen en vrijval van de voorziening spaarverlof van collega's die uit dienst zijn gegaan.
